Ivy: van Taalvrager naar Taalvrijwilliger

Ivy leert zelf nog iedere dag nieuwe woorden en helpt ook andere taalvragers om beter Nederlands te spreken.

Taalhuis 59
‘Dit is ook een goede stap voor mij, het Taalcafé en het Taalhuis.’

Wie is Ivy?

Ivy komt uit Edmonton in Canada. Ze woonde daar 25 jaar. Voor haar master kwam ze naar Nederland. Ze studeerde en woonde in Nijmegen. Haar studie was in het Engels.

Nu woont Ivy sinds zeven maanden met haar Nederlandse vriend in Venlo.

 

Ivy Mok
“Mijn vriend heeft op de website gezocht. Hij zei: misschien kun je naar het Taalcafé.”
Ivy Mok Taalvrager én taalvrijwilliger

Opgroeien met verschillende talen

“Mijn vader komt uit China. Mijn moeder is in Vietnam geboren, maar mijn opa en oma kwamen uit China. Thuis spraken mijn ouders Kantonees.”

 Ivy spreekt zelf ook Kantonees. Lezen en schrijven in die taal vindt ze moeilijker. “Ik kan niet alles lezen. Schrijven is ook moeilijk. Het is vooral praten en luisteren.”

Haar moeder sprak in Canada geen Engels op haar werk. “Mijn moeder had een bedrijf en werkte met veel Chinese en Vietnamese mensen. Dan sprak ze geen Engels.”

Haar vader spreekt volgens Ivy heel weinig Engels. “Maar hij kan goed lezen. Hij vindt het heel belangrijk om de krant te lezen.”

Voor haar moeder is lezen in het Engels moeilijker. Ivy vertelt dat er in Edmonton een grote Chinese gemeenschap is. “Mijn moeder kan alles in het Chinees of Vietnamees doen. We hadden een Chinese huisarts en bij de bank zijn er mensen die Chinees spreken.”

Voor Ivy was het als kind normaal om thuis Kantonees te spreken en op school Engels. “Ik wist niet anders en dus vond ik het normaal.”

Nu kijkt ze daar soms anders naar. “Ik vind het jammer dat ik niet in mijn meest vloeiende taal met mijn ouders kan spreken. Sommige onderwerpen kan ik niet met hen bespreken.”

Dat heeft voor Ivy ook met cultuur te maken. “Wij zijn niet zo emotioneel en ik ben dat wel. Ik heb van hen geen emotionele woorden geleerd.”

Op de vraag of ze zich Canadees of Chinees voelt, heeft Ivy niet meteen een antwoord. “Mijn lifestyle is meer Canadees, maar ik heb ook Chinese interesses: eten, cultuur, taal en muziek. Mijn mindset is meer Canadees. Het is een beetje van allebei.”

Voor haar studie naar Nederland

In Canada studeerde Ivy taalwetenschap. Daarna wilde ze een master doen. “In Nederland hebben ze veel onderzoek in taalwetenschap.”

Via haar universiteit hoorde Ivy over de mogelijkheden om in Nederland te studeren. Ze koos voor Nijmegen. Haar master duurde twee jaar en was in het Engels.

Tijdens haar studie hield Ivy zich onder andere bezig met fonetiek. “Dat gaat over de uitspraak van klanken en woorden. En ook over intonatie en klemtoon.”

Na haar studie woonde Ivy nog in Nijmegen. Later verhuisde ze naar Venlo.

Nederlands spreken

Met haar vriend spreekt Ivy vooral Engels. “We proberen Nederlands te spreken.” Met haar schoonouders spreekt ze vaker Nederlands.

Toen Ivy naar Venlo kwam, sprak ze nog niet zo goed Nederlands als nu.

Haar vriend zocht op internet naar mogelijkheden om Nederlands te oefenen. “Mijn vriend heeft op de website van de bibliotheek gezocht. Hij zei: misschien kun je naar het Taalcafé.”

Zo kwam Ivy bij Taalhuis Venlo terecht.

Het Taalcafé

Ivy ging eerst op maandagochtend naar het Taalcafé in de bibliotheek. “Ik vond het een beetje langzaam voor mij. De andere mensen moeten ook inburgering doen, net als ik. Mijn niveau is iets hoger.”

Via iemand bij het Taalcafé hoorde ze dat er ook een Taalcafé op maandagavond is. Ze besloot daar een keer te gaan kijken.

“Daar hebben we diepere gesprekken.” Soms zijn er volgens Ivy veertien mensen. Over de onderwerpen zegt ze: “Ze zijn meer ‘profound’.”

Als voorbeeld noemt ze een gesprek over voeding in Venlo. “Die onderwerpen zijn belangrijk in de maatschappij."

In de ochtend waren de onderwerpen anders. "’s Morgens leerden we ‘goedemorgen’ en boodschappen. Dat is ook belangrijk. Maar dat wist ik al”

Ivy ging daarna niet meer naar het Taalcafé in de ochtend, maar alleen nog in de avond. Nu helpt ze daar zelf ook mee.

Taalmaatje Jan

Ivy heeft ook een taalmaatje: Jan. Eén keer per week spreken ze een uur af in de bibliotheek.

“We hebben opdrachten. Er zijn een paar vragen over de tekst. Die moet ik beantwoorden. Zo leer je heel veel van de taal en het onderwerp is interessant.”

Tijdens het interview heeft Ivy de Volkskrant bij zich. “Dat is een challenge van Jan. Hij wilde dat ik deze lees. Drie stukjes over economie.”

Woorden die Ivy niet begrijpt, schrijft ze op. Daarna bespreekt ze de tekst met Jan. “We ontmoeten elkaar woensdagmiddag. Dan kijken we naar de tekst en wat ik niet begrijp. En we praten erover.”

Ze praten ook over andere onderwerpen, zoals de Nederlandse geschiedenis.

Ivy Mok
“In de toekomst wil ik misschien docent Engels worden.”
Ivy Mok

De toekomst

Ivy moet haar inburgeringsexamen nog doen. Op het moment van het interview heeft ze zich daarvoor nog niet ingeschreven. Eerst heeft ze een intake voor taallessen.

Over het Taalcafé en het Taalhuis zegt ze: “Dit is ook een goede stap voor mij.”

Wat ze later wil doen, vindt Ivy een moeilijke vraag. Taal en mensen vindt ze interessant. “Ik ben echt een mensenmens.”

Misschien wil ze daar later ook haar werk van maken. “In de toekomst wil ik misschien docent Engels worden.”

Voorlopig blijft Ivy Nederlands leren. Ze heeft een bibliotheekabonnement en leent boeken in makkelijke taal.