Ivy Mok: van taalvrager naar taalvrijwilliger
'Dit is ook een goede stap voor mij, het Taalcafé en het Taalhuis'
Het is een warme zomerdag als Ivy de Huiskamer van de Stadsbibliotheek binnenkomt voor het interview. Een vertrouwde plek voor haar, want hier vinden ook de Taalcafés plaats. Ivy is net terug van een paar weken vakantie in Canada, waar ze haar ouders heeft bezocht. Ze vertelt open over haar leven en vindt het leuk om mee te werken aan het interview en de foto's voor Taalhuis Venlo.
Taal loopt als een rode draad door het leven van Ivy. Ze groeide op in Edmonton in Canada, studeerde taalwetenschap en kwam voor haar master naar Nederland. Die master volgde ze in het Engels in Nijmegen, waar ze ook woonde. Inmiddels woont Ivy sinds zeven maanden samen met haar Nederlandse vriend in Venlo. Daar werkt ze verder aan een taal die tijdens haar studie nog niet nodig was: het Nederlands.
“Mijn lifestyle is meer Canadees, maar ik heb ook Chinese interesses: eten, cultuur, taal en muziek. Mijn mindset is meer Canadees. Het is een beetje van allebei.”
Tussen Kantonees en Engels
Ivy groeide op in een gezin met verschillende culturele en talige achtergronden. “Mijn vader komt uit China. Mijn moeder is in Vietnam geboren, maar mijn opa en oma kwamen uit China.” Haar ouders verhuisden naar Canada om er te werken. Thuis spraken ze Kantonees.
Ivy spreekt zelf ook vloeiend Kantonees, maar vooral mondeling. “Ik kan niet alle Chinese tekens lezen. Schrijven is ook moeilijk. Het is vooral praten en luisteren.”
Engels kreeg binnen het gezin een heel andere plek. Ivy vertelt dat haar moeder met veel Chinese en Vietnamese mensen werkte en daar geen Engels sprak. Haar vader spreekt volgens haar maar heel weinig Engels, al kan hij de taal wel goed lezen. “Hij vindt het heel belangrijk om de krant te lezen.”
Voor haar moeder is lezen in het Engels moeilijker. In Edmonton kan zij veel dingen in het Chinees of Vietnamees doen. “We hebben zoveel Chinese mensen in Edmonton, een heel grote gemeenschap. We hadden een Chinese huisarts en bij de bank zijn er mensen die Chinees spreken.”
Als kind stond Ivy niet stil bij het verschil tussen de taal die ze thuis sprak en het Engels daarbuiten. “Ik wist niet anders en vond het normaal.” Nu ze ouder is, ervaart ze ook een andere kant van het opgroeien met verschillende talen.“Ik vind het jammer dat ik niet in mijn meest vloeiende taal met mijn ouders kan spreken. Sommige onderwerpen kan ik niet met hen bespreken.”
Daarbij gaat het voor Ivy niet alleen om het beheersen van woorden. Ook cultuur speelt een rol. “Wij zijn bijvoorbeeld niet zo emotioneel en ik ben dat wel. Ik heb van hen eigenlijk geen emotionele woorden geleerd.”
Het maakt de vraag of ze zich Canadees of Chinees voelt niet eenvoudig. Ivy moet even nadenken als die tijdens het interview wordt gesteld. “Mijn lifestyle is meer Canadees, maar ik heb ook Chinese interesses: eten, cultuur, taal en muziek. Mijn mindset is meer Canadees. Het is een beetje van allebei.”
Zelf is Ivy nooit in China geweest. Haar ouders zijn na hun verhuizing naar Canada ook niet teruggegaan.
Van taal studeren naar een nieuwe taal leren
Dat taal later ook haar studierichting werd, lijkt bijna vanzelfsprekend. Ivy behaalde in Canada haar bachelor in de taalwetenschap en wilde daarna verder met een master. Nederland kwam via haar universiteit in beeld. “In Nederland hebben ze veel onderzoek in taalwetenschap.”
Ze koos uiteindelijk voor Nijmegen. Haar master duurde twee jaar en was volledig Engelstalig. Nederlands spreken was voor haar studie dus niet nodig. Ze hield zich onder andere bezig met fonetiek: “Dat gaat over de uitspraak van klanken en woorden en ook over intonatie en klemtoon.”
Na haar master bleef Ivy in Nijmegen. Ze werkte er nog een jaar en woonde er in totaal meerdere jaren. Later verhuisde ze naar Venlo, waar ze nu samenwoont met haar Nederlandse vriend.
Thuis spreken ze nog altijd voornamelijk Engels. “We proberen Nederlands te spreken”, vertelt Ivy. Met haar schoonouders spreekt ze vaker Nederlands.
“Ik vond het een beetje langzaam voor mij. De andere mensen moeten ook inburgering doen, net als ik. Mijn niveau is iets hoger.”
Op zoek naar meer oefening
Toen Ivy naar Venlo verhuisde, sprak ze naar eigen zeggen nog niet zo goed Nederlands als nu. Haar vriend zocht op internet naar een plek waar ze de taal kon oefenen. Zo vonden ze het Taalcafé van Taalhuis Venlo.
Ivy sloot eerst aan op maandagochtend in de bibliotheek. Ze had op dat moment geen baan en kon daardoor gemakkelijk overdag komen. Toch merkte ze dat ze behoefte had aan een ander niveau. “Ik vond het een beetje langzaam voor mij. De andere mensen moeten ook inburgering doen, net als ik. Mijn niveau is iets hoger.”
Via iemand bij het Taalcafé hoorde ze dat er ook op maandagavond een groep samenkomt. Ze besloot een keer binnen te lopen en bleef daarna 's avonds komen.
“Daar hebben we diepere gesprekken”, vertelt ze. De groep kan volgens Ivy behoorlijk groot zijn, soms wel veertien mensen. Het verschil met de ochtend zit voor haar vooral in de onderwerpen. “’s Morgens leerden we ‘goedemorgen’ en boodschappen.” In de avond zijn de gesprekken volgens haar meer ‘profound’. Als voorbeeld noemt ze een gesprek over voeding in Venlo.
Inmiddels zit Ivy op maandagavond niet meer alleen aan tafel om zelf Nederlands te oefenen. Ze helpt ook mee tijdens het Taalcafé.
De Volkskrant als ‘challenge’
Daarnaast oefent Ivy iedere week met haar taalmaatje Jan. Ze spreken een uur af in de bibliotheek en werken dan met teksten en opdrachten. Ivy leest een tekst, beantwoordt vragen en bespreekt die daarna met Jan. “Zo leer je heel veel van de taal en het onderwerp is ook interessant.”
Dat Jan haar niveau serieus neemt, blijkt wel uit het leesvoer dat tijdens het interview op tafel ligt: de Volkskrant. “Dat is een challenge van Jan”, zegt Ivy. Ze heeft de opdracht gekregen om drie artikelen over economie te lezen.
Woorden die ze niet begrijpt, schrijft ze op. “We ontmoeten elkaar woensdagmiddag. Dan kijken we naar de tekst en naar wat ik niet begrijp. En we praten erover.”
De gesprekken blijven niet beperkt tot taal of actualiteit. Ook de Nederlandse geschiedenis komt voorbij. Ivy noemt bijvoorbeeld de VOC. Zo zijn haar afspraken met Jan niet alleen een moment om teksten te lezen en nieuwe woorden te leren, maar ook om over de onderwerpen uit die teksten met elkaar in gesprek te gaan.
“In de toekomst wil ik misschien docent Engels worden.”
Een volgende stap
Naast het Taalcafé en haar afspraken met Jan staan ook officiële taallessen en het inburgeringsexamen nog op Ivy's programma. Op het moment van het interview heeft ze zich nog niet voor het examen ingeschreven. Eerst volgt een intake voor taallessen.
Wat daarna komt, weet ze nog niet precies. Als haar wordt gevraagd wat ze in de toekomst zou willen doen, moet ze even nadenken. “Dat is moeilijk.” Taal blijft in haar antwoord wel terugkomen, net als haar interesse in mensen. “Ik ben echt een mensenmens.”
Misschien leiden die twee uiteindelijk naar een nieuw beroep. “In de toekomst wil ik misschien docent Engels worden.”
Voorlopig is Ivy zelf nog volop bezig een taal te leren. Ze leest boeken in makkelijke taal uit de bibliotheek, oefent iedere week met Jan en schuift op maandagavond aan bij het Taalcafé – inmiddels niet alleen als deelnemer, maar ook om zelf mee te helpen.
“Dit is ook een goede stap voor mij, het Taalcafé en het Taalhuis.”
Ivy mok (1994)
Taalwetenschap (Edmonton en Nijmegen)
Taalvrager en taalvrijwilliger bij Taalhuis Venlo
De foto's van Ivy en taalvrijwilliger Eva zijn gemaakt door Paul Rous.
Ivy vertelde haar verhaal in augustus 2026