Een goed advies begint met luisteren

Wie zich met een taalvraag meldt bij Taalhuis Venlo, begint met een intakegesprek. Taalvrijwilliger Debbie voert die gesprekken samen met collega Jan. Ze luistert, vraagt door en kijkt vooral naar wat iemand nodig heeft. Want achter dezelfde wens – beter Nederlands leren – kunnen heel verschillende verhalen en doelen schuilgaan.

Debbie Koopman
“We vragen heb je ons gevonden? Of: kon je de weg goed vinden? Zodat mensen zich op hun gemak voelen.”
Debbie Koopman Taalvrijwilliger

‘Wat fijn dat je er bent. Ga zitten, wil je wat drinken? Ik wilde toch net iets gaan halen.’ Zo ontvangt Debbie de mensen die bij haar aan tafel komen voor een intake. Sommige taalvragers zijn in het begin wat nerveus of vinden het spannend om Nederlands te spreken. Juist daarom wil ze dat een gesprek gemoedelijk begint. ‘Dan vragen we bijvoorbeeld: hoe heb je ons gevonden? Of: kon je de weg goed vinden? Zodat mensen zich op hun gemak voelen.’ 

Debbie doet de intakes inmiddels ongeveer anderhalf jaar, één ochtend per week. Meestal voert ze de gesprekken samen met Jan. ‘Dat werkt prettig: de een kan het gesprek voeren, terwijl de ander luistert maar ook schrijft. Bovendien kunnen we elkaar aanvullen.” Een gesprek duurt ongeveer drie kwartier. De meeste mensen komen alleen; wie nog nauwelijks Nederlands spreekt, neemt soms een zoon, dochter of iemand anders mee. 

“Ik doe deze intakes één keer in de week en daarnaast nog ander vrijwilligerswerk. Dus dan denk ik: ‘oh, ik moet het allemaal niet vergeten’. Dat houdt je wel scherp. We willen het altijd heel goed doen.”

Niet het formulier, maar het gesprek

Er ligt tijdens de intake wel een formulier op tafel, maar dat bepaalt niet hoe het gesprek verloopt. ‘Dat hanteren we niet precies van punt één tot het einde, maar we kijken hoe het gesprek loopt. Dat kan iedere keer weer anders zijn.”

Aan bod komt onder meer waarom iemand Nederlands wil leren, hoelang iemand in Nederland woont, hoeveel tijd er beschikbaar is om met de taal bezig te zijn en welke opleiding of werkervaring iemand heeft. Ook kijken Debbie en Jan naar wat iemand al heeft gedaan om Nederlands te leren en of iemand al is ingeburgerd. 

Al die informatie is nodig om tot een passend advies te komen. Daarbij telt niet alleen het taalniveau. Ook de manier waarop iemand graag leert speelt mee. “Niet iedereen wil graag in een klasje zitten. Voor de een kan klassikale les bij Groen Licht goed passen, terwijl een ander misschien meer heeft aan een taalmaatje, het Taalcafé, oefenen.nl of filmpjes op YouTube.”

Voorbereiding

Soms bepaalt het doel heel duidelijk welke route nodig is. Zo sprak Debbie die ochtend met een vrouw die de opleiding Social Work wil gaan doen. Daarvoor heeft ze uiteindelijk een B2-certificaat nodig. “Dan zou de Gildeopleiding wel passend zijn, maar Groen Licht niet omdat je dan geen certificaat krijgt. Met die verschillen houden we in ons advies rekening. 

Dat vraagt wel behoorlijk wat kennis. Er zijn veel mogelijkheden en voorwaarden, en die kunnen veranderen. Debbie opperde daarom diezelfde ochtend nog om een overzicht te maken waarop je snel kunt zien welke mogelijkheden bij welke taalvrager passen. “Ik doe deze intakes één keer in de week en daarnaast nog ander vrijwilligerswerk. Dus dan denk ik: ‘oh, ik moet het allemaal niet vergeten’. Dat houdt je wel scherp. We willen het altijd heel goed doen.”

Een duidelijke grens

Dat Debbie juist voor de intakes koos, is geen toeval. Toen ze op zoek ging naar vrijwilligerswerk en hoorde wat er bij het Taalhuis mogelijk was, spraken deze gesprekken haar meteen aan. Ze werkte jarenlang in de zorg, onder meer als casemanager dementiezorg. Gesprekken voeren, luisteren en aanvoelen wat er speelt, zijn haar dus vertrouwd. 

Tegelijk weet ze precies waar voor haar de grens ligt. Ze wil haar vrijwilligerswerk afgebakend houden. “Een taalmaatje bouwt gedurende langere tijd een band met iemand op, en dat is heel mooi. Maar ik kies nu juist voor het eenmalige gesprek en het advies dat daarop volgt. Daarbij vind ik de ontmoetingen met mensen uit allerlei landen heel interessant en weet ik ook dat er verhalen zitten achter een taalvraag. Soms voel ik tijdens een gesprek dat er veel meer speelt. Maar ik probeer goed onderscheid te maken tussen wat privé is en wat bij mijn rol hoort. Sommige mensen zijn heel royaal in hun verhalen en dat is mooi dat mensen dat ze willen vertellen. Maar ik bewaar wel heel duidelijk de lijn van wat privé is en wat tot onze taak behoort.’ 

Als ze merkt dat iemand ergens mee worstelt, kan ze wel benoemen dat er misschien ergens anders hulp te vinden is. Haar achtergrond in zorg en welzijn helpt daarbij. “Maar ik ga niet verder graven in een persoonlijk verhaal. Mijn taak blijft helder: kijken naar de taalvraag en iemand van daaruit verder.”

“Het is leuk om met veel verschillende mensen in contact te komen.”

‘Omdat je iemand kunt helpen’

Juist die combinatie maakt het vrijwilligerswerk voor Debbie interessant: iedere ontmoeting is anders, maar haar eigen rol is duidelijk. Ze ziet de meeste mensen na hun intake waarschijnlijk niet meer. Ze krijgen een advies en gaan vervolgens verder naar de plek die bij hen past. 

Toch blijft zo’n kort gesprek soms hangen. Veel taalvragers vertrekken blij en dankbaar. ‘Dan zeggen ze: “Super bedankt.” En sommigen zijn echt van: “Wat is hier veel aan hulp, wat fijn dat jullie dat doen.” Dat is echt heel leuk. Dat is superfijn.’ 

Wat ze iemand zou zeggen die overweegt om zelf taalvrijwilliger te worden? Daar hoeft Debbie niet lang over na te denken. ‘Ik ben taalvrijwilliger omdat je iemand kunt helpen. Dat is op de allereerste plaats.’ En daarnaast zijn er al die ontmoetingen: ‘Het is leuk om met veel verschillende mensen in contact te komen.’

Debbie Koopman (1960), Venlo
Casemanager dementiezorg
Taalvrijwilliger sinds 2025