'Ik moet geduldig zijn. Stap voor stap'

Mirek (op de foto links) woont inmiddels negen jaar in Nederland. Hij wil hier blijven en een toekomst opbouwen met zijn vrouw Maria en hun dochtertje Vanessa. Daarvoor is het belangrijk dat hij goed Nederlands leert spreken. Sinds enkele maanden oefent hij iedere week met taalvrijwilliger Daniel. “Eén uurtje per week is eigenlijk niks voor mij”, zegt Mirek. “Ik wil graag meer.”

Mirek Szulkowski
“Ik moet geduldig zijn. Stap voor stap.”
Mirek Szulkowski Taalvrager

Mirek, voluit Miroslaw Szulkowski, is 43 jaar en komt uit de Poolse stad Przasnysz. In 2016 reisde hij alleen naar Nederland. Zijn vrouw Maria kwam later ook naar Nederland. Inmiddels wonen ze samen in Blerick en hebben ze een dochtertje, Vanessa, die zes maanden oud is.

Mirek en Maria kozen bewust voor Blerick. “We hebben alles vlakbij”, vertelt Mirek. “De school, het zwembad en de winkels. Mijn vrouw heeft geen rijbewijs, dus zij moet alles met de fiets doen. Het is een heel goede plek voor ons.”

Een ander land en een ander leven

Toen Mirek naar Nederland kwam, wist hij nog maar weinig over het land. Hij wilde vooral iets nieuws proberen.
“Ik wilde graag iets anders proberen”, vertelt hij. “Een ander land, een ander leven.”
Via een Pools uitzendbureau vond hij zijn eerste werk. Hij werkte in de kassen, tussen de tomaten. Later ging hij via Nederlandse uitzendbureaus aan de slag. Nederlands sprak hij toen nog niet en ook geen Engels.
“De eerste twee of drie jaar sprak ik helemaal niks”, zegt Mirek. “Het is heel moeilijk als je in een land bent en de taal niet kunt lezen en niet kunt spreken.”

In die eerste jaren waren Mirek en Maria nog van plan om terug te gaan naar Polen. Daarom was het leren van de Nederlandse taal nog niet hun belangrijkste doel. Maar hun plannen veranderden. “Wij hebben de beslissing genomen dat we hier blijven”, vertelt Mirek. “Daarom hebben we een huis gekocht.”Hij voelt zich inmiddels thuis in Nederland. “Voor mij is het leven hier beter dan in Polen. Ik wil hier blijven tot mijn pensioen. Of misschien nog langer”, zegt hij lachend.

“Het is heel moeilijk als je in een land bent en de taal niet kunt lezen en niet kunt spreken.”

Opnieuw beginnen met Nederlands

Mirek volgde eerder via de gemeente een cursus Nederlands in Horst. Die cursus duurde honderd uur. Daarna stopte het leren een tijd. “Na de cursus heb ik ongeveer twee jaar helemaal niet geleerd”, vertelt hij. “Nu ben ik alweer drie jaar bezig.”

Via zijn boekhouder kwam hij bij het Taalhuis terecht. “Hij zei: ‘Mirek, jij moet naar het Taalhuis gaan. Daar leer je goed Nederlands spreken.’ Thuis spreken Mirek en Maria Pools. Maria is nu vooral druk met de zorg voor hun jonge dochter. Daardoor heeft zij nog niet de mogelijkheid om met een basiscursus Nederlands te beginnen. Dat wil ze later wel graag doen.

Werk dat past bij zijn opleiding

Op dit moment werkt Mirek bij Cummins in Roermond. Daar werkt hij aan katalysatoren voor vrachtwagens. In Polen volgde hij een driejarige opleiding tot monteur van sanitaire installaties. Uiteindelijk wil hij graag terug naar het beroep waarvoor hij is opgeleid.

“Ik wil graag iets zoeken in mijn eigen beroep”, zegt hij. “Dat is mijn toekomst. De taal is daarom heel belangrijk voor mij. Het belangrijkste.” Mirek wil zich onder andere beter kunnen voorbereiden op gesprekken met werkgevers. Een telefoongesprek of een sollicitatiegesprek in het Nederlands vindt hij nu nog moeilijk. “Ik wil beter voorbereid zijn op een sollicitatiegesprek”, vertelt hij. “Als een werkgever belt en een afspraak wil maken, moet ik weten wat ik moet zeggen.” Ook wil hij graag werken op een plek waar hij veel Nederlands hoort en spreekt. Op zijn huidige werk praat hij een groot deel van de dag Pools.

Mirek Szulkowski
“Ik wil graag met Nederlandse mensen werken. Dan kan ik de taal sneller leren. Alleen met Nederlandse collega’s. Nu spreek ik de hele dag Pools.”
Mirek Szulkowski

Iets betekenen voor de maatschappij

Sinds drie à vier maanden vormt Mirek een taalkoppel met Daniel. Daniel is 42 jaar, woont ook in Blerick en groeide op in Belfeld. Hij werd taalvrijwilliger omdat hij iets wil betekenen voor de maatschappij. “En taal is altijd een passie voor mij geweest.”

Mirek is niet zijn eerste taalmaatje. Eerder oefende Daniel met een taalvrager uit de Filipijnen. Zij kreeg het echter erg druk met haar werk. Daarna werd hij gekoppeld aan Mirek. Daniel en Mirek zien elkaar één keer per week. Mirek zou het liefst nog vaker afspreken. “Eén uurtje per week is niks voor mij”, zegt hij. “Ik wil eigenlijk meer.”

Daniel begrijpt die wens, maar legt ook uit dat Mirek buiten hun afspraken moet blijven oefenen.

“Het is hetzelfde als een muziekinstrument bespelen”, zegt Daniel. “Als je thuis niet oefent, leer je geen piano spelen.”

Daniel Abed
“Een taal leren is hetzelfde als een muziekinstrument bespelen. Als je thuis niet oefent, leer je geen piano spelen.”
Daniel Abed Taalvrijwilliger

Praten over gewone dingen

Tijdens hun wekelijkse afspraak voeren Daniel en Mirek vooral veel gesprekken. Ze beginnen meestal met eenvoudige, alledaagse vragen.
“We praten over hoe zijn week was, hoe zijn vakantie was of over het weer”, vertelt Daniel. “We voeren gewoon echte gesprekken.” Juist tijdens die gesprekken wil Mirek leren om sneller en vanzelfsprekender te reageren. “Ik wil automatisch vragen kunnen stellen en antwoord kunnen geven”, zegt hij. “Maar soms blokkeer ik. Ik weet dan niet hoe ik iets moet zeggen.”

Daniel merkt dat Mirek in de afgelopen maanden al vooruit is gegaan. “In het begin was er vaak een psychologische barrière. De angst dat je fouten maakt. Nu kan hij gemakkelijker praten en om een woord heen praten. Zijn woordenschat is groot.”

Mirek kan Nederlandse teksten redelijk goed lezen. Het spreken is voor hem moeilijker. Grammatica en schrijven vragen ook nog veel oefening. “Grammatica is mijn probleem”, vertelt hij. “De verleden tijd bijvoorbeeld. Maar ik wil het wel echt goed leren. Over schrijven is hij duidelijk: “Dat gaat slecht. 

 

Dialect en snel pratende mensen

Daniel en Mirek werkten tot nu toe onder andere met boekjes. Daniel denkt dat een deel daarvan inmiddels iets te gemakkelijk is voor Mirek. “De boekjes die we nu hebben, liggen een beetje onder zijn niveau”, zegt hij. “Ik wil meer gaan focussen op lezen en voorlezen.” Ze willen ook liedjes gaan gebruiken. “Daarmee kunnen we oefenen om de taal vloeiender uit te spreken”, legt Daniel uit.

Mirek vindt het nog moeilijk wanneer mensen snel praten. Ook het Limburgse dialect maakt gesprekken soms lastig.
“Sommige mensen begrijp ik helemaal niet”, vertelt hij. “Ze spreken dialect of ze praten te snel. Eén woord kan soms drie of vier dingen betekenen.”

Toch probeert Mirek steeds vaker aan te geven dat hij iets niet begrijpt. Hij vraagt mensen dan om het nog een keer te zeggen.
“Ik zeg: ‘Nog een keer, want ik begrijp je niet.’ Ik moet gewoon geduldig zijn. Stap voor stap.”

Voor belangrijke gesprekken neemt Mirek nog vaak een tolk mee. Zijn doel is om dat in de toekomst steeds minder nodig te hebben.

Samen lezen met Vanessa

Tijdens het gesprek krijgt Mirek ook de tip om Nederlandse boekjes voor te lezen aan zijn dochter Vanessa. Hoewel ze nog maar zes maanden oud is, kan zij zo al kennismaken met de klanken van de Nederlandse taal. Tegelijk kan Mirek hardop oefenen met zijn uitspraak. Mirek praat thuis veel tegen zijn dochter. “Ze is al begonnen met ‘papa’ zeggen”, vertelt hij trots.

Via het Taalhuis kan Mirek een gratis abonnement op de Bibliotheek Venlo krijgen. Ook Vanessa kan gratis lid worden. In de bibliotheek zijn niet alleen Nederlandse boeken te vinden, maar ook Poolse voorleesboekjes die Maria met haar dochter kan lezen.

“We moeten de Nederlandse taal op verschillende manieren proberen te gebruiken”, zegt Mirek. “Ik wil ook graag met boeken werken.”

‘Ik kan veel bereiken’

Mirek weet precies wat hij wil bereiken. Goed Nederlands spreken staat voor hem op de eerste plaats. Het geeft hem meer mogelijkheden om zelfstandig gesprekken te voeren, ander werk te vinden en verder te bouwen aan zijn leven in Nederland.

Daniel heeft er vertrouwen in dat Mirek vooruit zal blijven gaan. Ook over de begeleiding van het Taalhuis is hij positief. “Die is erg prettig. Iedereen is heel betrokken.”

Mirek weet dat het leren van een taal niet vanzelf gaat. Toch is hij vastbesloten om door te zetten.

Mirek Szulkowski
“Mijn eerste doel is vloeiend Nederlands spreken”, zegt hij. “Ik doe het zelf, met bloed, zweet en tranen. Ik kan veel bereiken.”
Mirek Szulkowski